De naam “koets” en haar geschiedenis
Een koets is een gesloten rijtuig en de naam "koets" is afgeleid van de plaatsnaam Kocs, een dorp bij Komárom in Hongarije, waar het keizerlijk wagenpark zich bevond.
Rond 1580 werd het gebruik van een draagstoel voor het vervoer van hooggeplaatste personen vanuit Hongarije door een nieuwe mode vervangen. Deze nieuwe mode bestond uit een lichtgebouwde cabine die met vier riemen tussen twee assen was opgehangen. De paarden werden bestuurd door een ruiter op het linkerpaard. Deze rijtuigen waren (in tegenstelling tot ongeveer de boerenwagens en karren) zeer comfortabel.
“Catharina de Medici” was de eerste die zo'n koets had.
Van de 17e tot in de 20e eeuw waren vele types van koetsen in omloop in Europa. Naar het gebruik worden onderscheiden: * de reiskoetsen voor de lange afstanden over slechte wegen, * de statiekoetsen voor het gebruik bij ceremoniële gelegenheden, * de postkoetsen (voorlopers van het openbaar vervoer) en * de huurrijtuigen als voorloper van de taxi.
Wie het in de 19e eeuw kon veroorloven, hield er een eigen koets en paarden op na. Het meer gewone volk dat over wat centen beschikte, nam een open of gesloten koets als huurrijtuig. Een ‘aapjeskoets’ (zo noemt men het in de Nederlandse vertaling) kon één passagier vervoeren die een plaatsje had naast de koetsier.
Deze eeuw
Stal Wouters heeft sinds 1960 diverse koetsen uit diverse tijden en stelt ze ter gebruik voor diverse gelegenheden. Iedere koets heeft zijn eigen identiteit en kan gebruikt worden voor elke gelegenheid die u wenst. Een overzicht van de koetsen van Stal Wouters vindt u hieronder. Ook kunt u lezen voor welke gelegenheid u de koets het best kan gebruiken.
